Wat is de kinematic
sequence?
Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe Jim Furyk het US Open heeft gewonnen met
zo'n swing? Laten we ook John Daly niet vergeten, die swing is niet te
kopiƫren. Maar hij heeft wel veel grote successen gehad met zo'n onorthodoxe
swing.
We willen allemaal swingen als Ernie Els en Tiger Woods . Hun swings zien er
niet alleen mooi uit , maar zijn ook effectief. Dat laatste woord is natuurlijk
het belangrijkst, maar Ernie en Tiger zijn uniek!
Wat vertelt de kinematic sequence ons over Jim Furyk en Ernie Els. Wanneer we
de sequence meten met 3D apparatuur zal er weinig verschil te zien zijn tussen
de swing van beide spelers. De kinematic sequence geeft de volgorde aan van de
downswing, die zorgt voor optimale snelheid in de golfslag.
Alle topspelers vertonen dezelfde kinematic sequence. Door de 3D testen te
doen, bleek dat er een steeds weer dezelfde volgorde van kracht in het clubblad
bij de bal kwam. Allemaal begonnen ze de downswing vanuit hun
onderlichaam(heupen), daarna het bovenlichaam (schouders) vervolgens werd de
kracht doorgegeven naar de linkerarm om zodoende de meeste kracht uiteindelijk
aan het uiteinde van de club te krijgen. Zie dit als het klappen van de zweep.
Je begint bij het handvat , maakt de beweging naar het touw, waarna
uiteindelijk de klap aan het eind van het touw komt.

Hierboven ziet u de kinematic sequence. De rode lijn is de heup, de groene lijn
de schouder, de blauwe lijn de linkerarm en uiteindelijk de gouden lijn de
shaft met clubhead. Wat opvalt, is dat de rode lijn na het hoogste punt te
hebben bereikt weer naar beneden gaat, maar dat de groene lijn de kracht
overneemt. Wanneer de groene lijn afbreekt naar beneden neemt de blauwe lijn de
kracht mee, en wanneer ook deze afbreekt gaat alle kracht naar de gouden lijn.
Dit is de perfecte volgorde van kracht maken in een golfswing. Het maakt dus niet uit hoe de swing eruit ziet, het gaat om de kinematic sequence.
Bij het gooien van een bal is deze sequence hetzelfde. Het enige verschil met de golfswing is dat we dit vroeger geleerd hebben en dat dit een natuurlijke beweging geworden is.
Op de foto van deze
honkbal pitcher is goed te zien dat het gwicht al naar voren is gebracht door
de heup en dat nu de schouder komt en daarna de arm en dan laat de hand de bal
los.
De meeste golfers
met een sliceeffect in hun balvlucht hebben moeite om de vier handelingen los van elkaar te kunnen
bewegen. Vooral de start van de downswing is het grootste probleem. Golfers met
een sliceeffect starten hun downswing vaak vanuit de schouders. Hiermee wordt
de club van het lichaam af gegooit en komt de club van buiten naar binnen in de
bal.
De volgorde van de
downswing luistert dus heel nauw en is erg moeilijjk.Om dit te oefenen moet je
eerst de volgende twee oefeningen beheersen:
Ga voor een spiegel
staan en kijk en neem je golfhouding in en leg de armen gekruist over de
schouders. Beweeg nu de heupen zonder dat de schouders meedraaien.
Draai nu de
beweginng andersom. Beweeg de schouders zonder de heupen te bewegen.
Iedereen zal merken
dat dit laatste niet zo moeilijk is als het eerste. Wanneer je problemen hebt
met het stilhouden van de schouders om de heupen alleen te bewegen, roep je de
hulp in van een ander om de schouders even tegen te houden. Meestal lukt het
dan beter. Er is dan wel een stabiliteitsprobleem.
Wanneer je deze twee
bewegingen redelijk onder controle hebt ga je naar de driving range. De beste
oefening om dit te trainen is met de punch drill.
Pak een ijzer 7 en
plaats de bal op een lage tee. Maak een driekwart backswing en stop. De club en
het lichaam staan nu even stil. Na twee seconden start je de downswing. Omdat
je stil staat moet je iets hebben om deze te beginnen. Je kunt nu de heup laten
starten en daarna sla je de bal.
Een andere oefening is de stap drill. Neem weer een
ijzer 7 en plaats de bal op een lage tee. Zet beide voeten tegen elkaar zo'n 20
centmeter rechts van de bal. Ook het clubblad begint 20 centimeter rechts van de bal.
Maak een normale
backswing, begin de downswing door de voorste voet voorbij de bal opzij te
bewegen. Op het moment dat de voet de grond raakt breng je de club naar beneden
en probeer je de bal te raken. De meeste golfers zullen de bal een stuk verder
slaan dan normaal.
Succes met oefenen!!